Matthieu Léonard (Horeca Brussels): "We vragen ons af waarom we 's ochtends nog opstaan"
- Marine Loute
- 16 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
INTERVIEW - De voorzitter van de Federatie Horeca Brussel deelt met Gondola Foodservice zijn gevoel van in de steek te zijn gelaten door het optreden van de Belgische politieke leiders.

Nadat hij de politieke wereld had aangesproken in een open brief met als titel "Plan Horeca: het contract is verbroken", vertelt Matthieu Léonard, voorzitter van de Federatie Horeca Brussel, aan Gondola Foodservice over zijn gevoel van in de steek te zijn gelaten. Tussen frustratie, bezorgdheid en de wens om eindelijk gehoord te worden, blikt hij terug op de maatregelen die volgens hem een deel van de sector in gevaar brengen.
Gondola Foodservice: Waarom deze brief, en waarom vindt u dat het contract verbroken is? Is er volgens u nog ruimte voor onderhandeling?
Matthieu Léonard: Onderhandeling vormt in België de kern van het democratisch debat, dus ik geloof dat er altijd ruimte is om te onderhandelen. De reden waarom we deze brief hebben gepubliceerd, is dat we sinds 2020 het gevoel hebben niet te zijn gehoord, ondanks de hervormingen van de arbeidsmarkt. Die hervormingen zijn weliswaar bevredigend voor het ondernemerslandschap in het algemeen, maar net na de invoering van het nieuwe geregistreerde kassasysteem, het GKS 2.0, wordt de horecasector een hele reeks steunmaatregelen ontnomen.
Het evenwicht is dus zoek: de RSZ-doelgroepvermindering, die voor de eerste vijf voltijdse werknemers in de horeca een kwartaalkorting van zo'n 500 tot 800 euro op de bijdragen opleverde, is stopgezet.
Deze vermindering vervalt vanaf 1 juli, waardoor we jaarlijks 10.000 tot 16.000 euro verliezen. We zijn niet tegen controle, en evenmin tegen het vergemakkelijken ervan. Het enige probleem is dat dit gepaard had moeten gaan met compenserende maatregelen. (…) De verplichting om dit nieuwe geregistreerde kassasysteem aan te kopen kost elk van onze bedrijven 1.000 euro, en dat is onrechtvaardig.
Bovendien worden de flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren. Dit was een maatregel die voor de horeca was ingevoerd, als begeleiding bij de witte kassa en om het personeelstekort aan te pakken. Vandaag kunnen alle sectoren gebruikmaken van dit flexi-jobmechanisme: onze eigen instrumenten, die oorspronkelijk voor ons zijn gecreëerd, worden nu ook aan anderen aangeboden. Dat verwatert uiteraard onze steun. Ik vind dat daar dan een compenserende maatregel tegenover moet staan.
Naast de btw-kwestie blijft de situatie in de horeca onrechtvaardig. Er zijn heel wat redenen waarom de politieke wereld vandaag niet lijkt te beseffen hoe zwaar we het hebben. We vragen ons af waarom we 's ochtends nog opstaan om te gaan werken, omdat de geleverde inspanning volstrekt niet in verhouding staat tot de opbrengst.
U stelt dat de grootdistributie een voordeel geniet omdat ze geen witte kassa moet gebruiken, maar de supermarkten beschikken al over uiterst gecontroleerde kassasystemen. Vergelijkt u hier geen totaal verschillende realiteiten met elkaar?
Ik heb het over de hele detailhandel, waar wij evengoed deel van uitmaken als de grootdistributie. Vraag Carrefour of Delhaize maar eens om voor 1.000 euro per kassa, per verkooppunt, een nieuw systeem te installeren… ook voor hen zou dat een fortuin kosten.
Ik vind dat de horecasector vandaag al meer inspanningen heeft geleverd dan veel andere winkeliers, die hierdoor nog altijd niet worden geraakt. Als men ergens geld wil ophalen, laat men dat dan overal doen.
De witte kassa moet er voor iedereen komen, of voor niemand.
Waarom zou een maaltijd die ter plaatse wordt genuttigd, van hetzelfde btw-tarief moeten genieten als een maaltijd om mee te nemen?
We zien opkomende spelers in de take-awaywereld, gekoppeld aan bezorgplatformen, wier omzet letterlijk explodeert, terwijl ze eten en alcoholvrije dranken verkopen tegen een btw-tarief van 6%.

Waarom moet ik in mijn zaak een flesje water van 5 euro aanrekenen tegen 21% btw, terwijl je hiernaast diezelfde halve liter water voor dezelfde prijs kunt kopen tegen 6% btw?
Er gaapt een reële kloof tussen beide spelers: sommige take-awayzaken realiseren waanzinnige winstmarges. De horeca vraagt om een gelijkschakeling, zodat we tegen dezelfde tarieven kunnen verkopen als de take-awaysector. Zo simpel is het.
U zegt dat de horeca de deurmat is van alle verkozenen. Vindt u dat de opeenvolgende regeringen uw sector doelbewust hebben opgeofferd? Is de overheid overal verantwoordelijk voor?
De overheid is niet overal verantwoordelijk voor, maar helpt ons vandaag niet om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Er zijn nog steeds te hoge fiscale drempels, en ondanks de hervormingen die de Arizona-coalitie overweegt, blijft de inspanning ontoereikend.
Elke horeca-ondernemer vraagt zich vandaag af – of hij nu aan het hoofd staat van een micro-onderneming, een kmo of een restaurantgroep – of het nog wel de moeite loont om zijn beroep uit te oefenen.
Ik geef een concreet voorbeeld: de Big Mama-groep, die Barracuda opende op het Flageyplein, had aanvankelijk de opening van drie zaken gepland. En wat was hun uiteindelijke beslissing? Volgens hen kost het 30% meer om in Brussel te openen dan in Parijs, liggen de lasten 30% hoger, en openen ze de andere twee zaken dus niet. Ze kijken nu naar Duitsland en zetten hun expansie in Frankrijk voort. Waarom zouden we in België investeren als de fiscale en sociale drempels zo hoog liggen?
Er zijn gewoon te veel drempels, en dat schrikt investeerders af.
Als u morgen drie maatregelen zou mogen opleggen, welke zouden volgens u het meest onmiddellijke effect hebben op het voortbestaan van de horecazaken?
Gelet op de huidige stand van zaken en de hervormingen die al in gang zijn gezet – de invoering van de GKS 2.0, de afschaffing van de doelgroepvermindering, de uitbreiding van de flexi-jobs naar alle sectoren – zou de eerste maatregel een rationalisering van de btw-tarieven zijn.
Alleen al een belastingvermindering op voeding zou ons toelaten een winstmarge te creëren die de huidige verliezen compenseert.
Maar wat staat er voor 2030 concreet gepland in het kader van deze fiscale hervorming? Een verlaging van de werkgeversbijdragen met zowat een miljard euro.
De horecasector is goed voor 5% van de netto-werkgelegenheid in dit land. Wij zullen daarvan een vermindering van 300 tot 400 euro per werknemer overhouden. Wat doe ik met 300 of 400 euro?
Men vraagt mij 1.000 euro te betalen voor een kassasysteem en laat mij jaarlijks 10.000 tot 16.000 euro aan RSZ-vermindering verliezen. Bovendien is deze maatregel pas voorzien tegen 2030 en zal ze geleidelijk worden ingevoerd. Misschien krijg ik volgend jaar dus 50 euro, het jaar daarop 150 euro, en pas in 2030 uiteindelijk 300 tot 400 euro.
Ik juich de hervormingen op zich toe, maar ze volstaan niet. Het probleem blijft budgettair en structureel van aard, en het blijft in essentie een kwestie van taxshift.
Op een bepaald moment zal men afstand moeten doen van bepaalde inkomsten om die te herverdelen naar een sector die banen creëert en zich bovendien vooral richt op laag- of ongeschoolde arbeidskrachten.
Men moet ons dus een handje helpen, anders blijft de doelstelling van een werkgelegenheidsgraad van 80% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – waarover Brussels minister van Werk Laurent Hublet zo graag uitweidt – erg moeilijk haalbaar. Met de maatregelen die ons nu worden opgelegd, gaan we die in elk geval niet halen.






