België, het koninkrijk van de frituren... op een paar uitzonderingen na
INSIGHT - De Belgische markt geldt symbolisch als dé frituurmarkt bij uitstek. De cijfers nuanceren dat beeld echter en doen vermoeden dat een ander productgamma de fastfoodsector domineert. Een cijfermatige realiteit die de vestigings- of aanbodstrategieën kan herdefiniëren.

Hoe kun je de verleiding weerstaan? Het Gondola Foodservice Congress ontving donderdag Eline Biesmans en Robert Van Impe, beter bekend als de CEO en de influencer Average Rob achter de opkomende frietkotketen La Patate, en Julien Abras, de vader van de al 21 vestigingen tellende keten Fritapapa. Een mooie aanleiding voor een kleine, onderbouwde marktstudie van ons koninkrijk van de frituren.
We stelden een ranking op van de zeven belangrijkste arrondissementen van België volgens het aantal fastfoodzaken. In die steekproef bekeken we de verdeling van de belangrijkste culinaire specialiteiten, uitgedrukt als percentage van de verkooppunten. En meteen valt één vaststelling op: de sandwich is koning en staat in de meeste gevallen op de eerste plaats in de fastfoodsector.
En de hoofdstad vormt de meest paradoxale uitzondering: in Brussel vertegenwoordigt de frituur slechts 8,4% van de fastfoodmarkt, ver achter de sandwichbar, de kebabzaak en de Aziatische afhaalzaak. Zonder te vergeten dat het duo kebab-shawarma overal aanwezig lijkt en in bijna alle arrondissementen in de top drie staat.
Dat gezegd zijnde, een arrondissement is geen grote stad: het omvat de centrumstad en de omliggende gemeenten. Dat vormt een leef- en consumentenbekken. Dat onderscheid is belangrijk om de data correct te interpreteren.
De stad Turnhout telt alleen al ongeveer 48.000 inwoners. Het arrondissement Turnhout daarentegen strekt zich uit over een groot deel van de Kempen en telt tien keer zoveel mensen. Het is een uitgestrekt, periurbaan en landelijk gebied.
Het arrondissement Brussel-Hoofdstad omvat de negentien Brusselse gemeenten. Het gaat om een zeer dichte, stedelijke zone met meer dan 1,4 miljoen inwoners.
Voorbijgangers versus buurtbewoners
Onze kaart toont geen tegenstelling tussen stad en platteland, maar eerder een contrast tussen arrondissementen met zeer hoge stedelijke dichtheid en arrondissementen met een overwegend residentieel karakter. Voor een horecaondernemer, of die nu eigenaar, franchisenemer of zelfs investeerder is, meet deze commerciële spreiding niet alleen de aanwezigheid van concurrenten, maar weerspiegelt ze ook de structuur van de consumptiemomenten. Dat kan het opvallend lage aandeel van de frituur in het Brusselse Gewest verklaren. Het aanbod wordt er bepaald door de stromen stedelijke werknemers en de kosmopolitische dimensie.

De arrondissementen Antwerpen, Luik en Gent tellen grote aantallen zaken. De invloed van hun grote stedelijke en economische pool plaatst sandwiches & salades overal op de eerste plaats. Maar in tegenstelling tot Brussel omvatten deze arrondissementen uitgestrekte residentiële randgebieden. Dat verklaart mogelijk waarom de snacks er zo sterk standhouden.
De arrondissementen Turnhout, Hasselt en Leuven beslaan grote gebieden met tientallen kleine agglomeraties. Dat verspreide territoriale netwerk is het historische speelveld van de buurt- of dorpsfrituur. In deze zones met minder kantoortorens zakken de sandwiches naar de tweede plaats.
Een extra potentieel voor “snackisering”?
Om verder te gaan dan de observatie en de dynamiek dieper te analyseren, loont het de moeite om de gewogen gemiddelden van het trio snacks, sandwichbars en kebabs te vergelijken, rekening houdend met de marktomvang van elk arrondissement op basis van het totale aantal verkooppunten. Aangezien Brussel het grootste aantal heeft, blijken de belegde broodjes globaal de meeste ruimte in te nemen, met 24,13% marktaandeel. Toch haalt de friet 22,78%, terwijl de kebab op 15% staat.
De vraag blijft hoe deze data in de praktijk te brengen, idealiter om een nieuw QSR-concept te lanceren of een bestaand netwerk uit te breiden. De cijfers kunnen helpen kiezen waar je je prioritair vestigt en vooral waar niet. Met de ondervertegenwoordiging van snacks in het hoofdstedelijk gewest (terwijl de stad Brussel een project start om de “snackisering” rond de Grote Markt te bestrijden), is dat dan een opportuniteit? Er is een fijnmaziger analyse nodig om de afwezigheid van directe concurrentie te objectiveren, om ze niet te moeten afsnoepen van gevestigde rivalen.
Omgekeerd zou een frituur openen in Turnhout (waar het aanbod al 43% weegt) zeer hoge klantenwervingskosten meebrengen, al was het maar om klanten te overtuigen hun gewoontes te veranderen. Of het opent de deur naar fast-casual, het model halverwege het klassieke fastfood en het traditionele restaurant: snelle service aan de toonbank, maar met verse, evenwichtige producten van betere kwaliteit.
In Antwerpen en Gent wijst het grote aandeel van het segment sandwich & salad er aannemelijk op dat veel mensen tussen de middag snel eten. Een pokeconcept zou op die vraag inspelen met een moderner alternatief. Omgekeerd in Hasselt, waar het signaal erop wijst dat de bevolking minder aangetrokken is tot dit soort lunchpauze onderweg. Terwijl in Leuven kebabs minder dan 10% van het aanbod vertegenwoordigen, een abnormaal laag cijfer voor een studentenstad, toch?
📢 SOLD OUT !






