Een paar cent Btw verhult de echte ongelijkheden
- Amaury Marescaux

- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
COMMENTAAR - Na maandenlang getreuzel heeft de federale regering eindelijk een begroting ingediend. De verhoging van de btw op afhaalmaaltijden, een emblematische maatregel, baart de horecafederaties zorgen. Maar achter dit debat gaat een veel bredere uitdaging schuil: een coherente en eerlijke fiscaliteit voor alle kleine bedrijven.

België werd maandag wakker met de aankondiging dat er eindelijk een begrotingsakkoord was bereikt, na maanden van onderhandelingen. Nu de vakbonden oproepen tot een algemene staking, was dit akkoord noodzakelijk om de overheidsfinanciën weer op een houdbare koers te zetten. Maar sommige maatregelen baren nu al zorgen, vooral in de horeca.
Het was geen gemakkelijke oefening. De nieuwe federale regering erft een hoog structureel tekort en een staatsschuld die blijft groeien. Om aan de Europese eisen te voldoen en de budgettaire geloofwaardigheid van het land te herstellen, heeft de uitvoerende macht er zich toe verbonden om de groei van de uitgaven strikt in de hand te houden en de belastinggrondslag te verbreden.
Hoe zit het met onze foodservicemarkt?
Een van de aangekondigde maatregelen waar de sector met argusogen naar kijkt is de verhoging van het btw-tarief op afhaalmaaltijden van 6 naar 12%. Om de draagwijdte hiervan hiervan te begrijpen, moeten we kijken naar de rol die takeaway en bezorging spelen in de economie van de restaurantsector. Het segment van de takeaway is in België nu goed voor bijna 500 miljoen euro. Het groeide snel tussen 2019 en 2023, aangedreven door de gezondheidscrisis: voor veel etablissementen was het een essentiële, soms vitale bijkomende bron van inkomsten in een tijd waarin de activiteiten ter plekke, in de zaal zwaar werden ingeperkt.
Sinds 2023 is de vaart er echter duidelijk uit, vooral wat de 'delivery' betreft. Niet vanwege de volwassenheid van de markt, maar vanwege een verlies aan concurrentievermogen: hoge inflatie, hoge bedrijfskosten en een te duur bedrijfsmodel voor bezorging. In België, bijvoorbeeld maken de afhaalrestaurants en leveringen slechts 1% uit van de Food & Beverage-markt, vergeleken met 5% in Frankrijk en Nederland, en tot 10% in het VK.
Maar, zoals zo vaak in de foodservicesector, is ook hier voorzichtigheid geboden: takeaway blijft een belangrijke hefboom voor bedrijven die erin geslaagd zijn om dit consistent te integreren en die dus operationele efficiëntie combineren met een hoogwaardige klantervaring.
In deze context kan het contra-intuïtief en zelfs oneerlijk lijken om de takeaway zwaarder te belasten. Twee elementen verdienen het om van naderbij bekeken te worden.
Om te beginnen passen de restaurants met bediening aan tafel het 12%-tarief al langer toe. Takeaway op dezelfde lijn brengen zet dus een inconsistentie recht. Een traditionele brasserie, met hoge personeelskosten en een structureel tekort aan arbeidskrachten, was in het nadeel vergeleken met het lichtere, op afhaalmaaltijden gerichte model van restaurant. Zoals econoom Étienne de Callataÿ onlangs in herinnering bracht in een interview met Gondola Foodservice, is fiscale rechtvaardigheid een essentiële voorwaarde voor een goed functionerende markt: belastingen moeten de economische realiteit weerspiegelen.
Daarna is de reële impact van de btw-verhoging in absolute termen beperkt. Neem het voorbeeld van een bekende frituur in Brussel: twee hamburgers, twee drankjes en een cola kosten daar nu 27 euro en na de verhoging 28,50. Nooit leuk, toegegeven, maar wel een beperkte toename. Een verhoging van 1,50 euro is nog steeds minder dan de toeslag die dezelfde consument nu moet betalen voor pakjes uit Azië.
Het echte verschil ligt ergens anders: 41,50 euro voor hetzelfde menu bij thuisbezorging. Het verschil van 13 euro wordt verklaard door de commissie voor de platforms (20 tot 30%) en de bezorgkosten (ongeveer 4,50 euro). Dat is wel een enorm verschil, zelfs voor consumenten die niet erg prijsgevoelig zijn.
Specifieke subsidies voor de horeca kunnen geen duurzame strategie vormen, maar de belastinghervorming zou het concurrentievermogen van onze bedrijven en ondernemers weer centraal moeten stellen. En zeker die van de horeca, die de ruggengraat vormt van onze lokale economie en werkgelegenheid.
De fundamentele fout is om segmenten van de economie per sector te behandelen (horeca, detailhandel), terwijl commerciële gelijkheid om economische afwegingen gaat: niets lijkt meer op een kleine kleine handelszaak of kmo dan een andere kleine zaak, of het nu gaat om horeca, productie of massadistributie. We hebben hulp nodig voor alle kleine bedrijven in België, die nu ook weer niet zo klein zijn aangezien ze goed zijn voor 57% van alle banen in loondienst.



