top of page

Zondagsopeningen van supermarkten verstoren de out-of-home consumptie

INSIGHT - De reflex van de 'dure noodoplossing' beleeft zijn laatste uren. Zondag wordt een winkeldag als alle andere. Door de standaard voor consumptie te herdefiniëren, zetten supermarkten het aanbod en de modellen van de foodservice op hun kop.


Carrefour is nu ook overstag gegaan door al zijn geïntegreerde winkels op zondag te openen. Het landschap van de voedingsaankopen in België ondergaat sinds 2024 een geleidelijke mutatie. Onder invloed van veranderende regelgeving en nieuwe verwachtingen van de consument hebben verschillende spelers in de grootdistributie hun openingstijden herzien.


Onder aanvoering van Delhaize is de zondagsopening van supermarkten uitgegroeid tot een waar keerpunt in de Belgische voedingshandel. De keten heeft de toegang tot zijn winkels op zondag op grote schaal veralgemeend, vaak de hele dag in stedelijke gebieden en vaker in de voormiddag in landelijke zones. Intermarché volgt intussen een vergelijkbare dynamiek.


De Colruyt Group, die terughoudender staat tegenover deze beweging, heeft deze praktijken uitgebreid naar bepaalde buurtformats, met name OKay. Dit is verre van een eenvoudige, punctuele aanpassing; het markeert een duidelijke breuk met de historische gebruiken in de sector en herdefinieert duurzaam de momenten van voedingsconsumptie in België.


De rekening van het weekend? 100 miljoen euro


Volgens Gondola Academy doet 25% van de consumenten zijn boodschappen al in het weekend, een aandeel dat oploopt tot 30% bij jongere generaties en gezinnen met kinderen. Met de verruiming van de openingstijden, met name op zondag en in de avonduren, zal dit aandeel naar verwachting blijven groeien.


In deze context wordt de sector van de buitenshuisconsumptie (out-of-home), die volgens Gondola Foodservice goed is voor 15,5 miljard euro in België, rechtstreeks geraakt. Twee segmenten lijken bijzonder kwetsbaar. Enerzijds zijn er de shops in tankstations, die zich historisch gezien positioneerden op 'dépannage' (noodaankopen), maar hun rol hebben verbreed naar verkooppunten voor kleine boodschappen en kant-en-klare voedingsproducten. Deze markt vertegenwoordigt vandaag bijna 550 miljoen euro.


Anderzijds zijn er de bezorg- en afhaaldiensten, een markt van 500 miljoen euro, gedreven door platformen als Uber Eats of Just Eat Takeaway, maar waarvan een groot deel nog steeds bestaat uit directe bestellingen en klassieke take-away.


Deze gebruiken (maaltijdbezorging, take-away en lokale voedingsaankopen) komen verhoudingsgewijs vaker voor in het weekend. Het marktaandeel dat potentieel blootgesteld is aan directe concurrentie van supermarkten die op zondag open zijn, kan daardoor worden geschat op ongeveer 100 miljoen euro.


Een weinig flatterende vergelijking


De inzet is niet zozeer een automatische verschuiving van volumes, maar wel het in vraag stellen van de prijs van gemak (convenience). In tegenstelling tot de retail werken spelers in foodservice en buurtwinkels met beperkte schaalvoordelen en hogere structurele kosten.


De waargenomen prijsverschillen weerspiegelen vooral deze economische realiteit, in een context waarin de zondagse concurrentie van de retail de afwegingen van de consument zal herdefiniëren. Een vergelijking van prijzen op strikt vergelijkbare producten legt deze structurele kloof bloot.


Voor een zak Tagada-aardbeien van 200 gram betaalt de consument in een tankstation bijna 65% meer, oftewel ongeveer 4 euro, tegenover 2,39 euro in de supermarkt. Voor een pot Nutella bedraagt het verschil bijna 30%, met een prijs rond de 4,39 euro buiten de retail. Het verschil is nog groter voor een flesje water van 500 ml: de prijs in een tankstation kan meer dan tweeënhalf keer zo hoog zijn als in de supermarkt, en bij levering kan dit oplopen tot acht keer de retailprijs, rond de 4,70 euro.


Fiscale schok en de noodzaak tot heruitvinding


Bovenop deze prijsverschillen komt in 2026 een nieuw, minder gunstig fiscaal kader. De aangekondigde btw-verhoging op afhaalmaaltijden en producten voor snelle consumptie, van 6% naar 12%, dreigt dit verschil nog te vergroten, terwijl vergelijkbare producten in de supermarkt belast blijven tegen 6%.


Deze ontwikkeling vraagt om een gecoördineerd antwoord van alle betrokkenen. Van de overheid in de eerste plaats, om de concurrentiekracht te vrijwaren van een sector die grotendeels uit kmo's bestaat en diep verankerd is in de lokale economie. Vervolgens van leveranciers en distributeurs, om de efficiëntie van de waardeketen te versterken. En ten slotte van de ondernemingen zelf, die hun operaties moeten optimaliseren en een fijnere afweging moeten maken tussen prijs, volume en serviceniveau.


In een voedsellandschap in volle verandering blijft de consument de eindscheidsrechter, wat een duidelijke en gedragen waardepropositie voor elke aangeboden dienst noodzakelijker maakt dan ooit.



bottom of page