De fastfoodinvasie in Brussel is gezichtsbedrog
- Amaury Marescaux

- 6 jan
- 2 minuten om te lezen
INSIGHT - Hoewel fastfoodketens de hoofdstad ogenschijnlijk hebben overgenomen, is de economische realiteit genuanceerder.

De opmars van Quick Service Restaurants (QSR) in Brussel valt niet meer te ontkennen. Hun aanwezigheid is dermate bepalend geworden voor het straatbeeld, dat ze symbool staan voor de veranderende eetcultuur in de hoofdstad.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt volgens agentschap hub.brussels inmiddels 635 QSR-vestigingen, goed voor 12,5% van de in totaal 5.120 horecazaken. In drukke gebieden, zoals de centrale voetgangerszone en de grote winkelstraten, loopt dit aandeel zelfs op tot boven de 20%. Dit staat in schril contrast met andere gemeenten, zoals de beide Woluwes of Watermaal-Bosvoorde, waar traditionele restaurants nog altijd de boventoon voeren.
Die geografische tweedeling is vooral een afspiegeling van de stedelijke bezoekersstromen. Het stadscentrum trekt dagjesmensen, toeristen en kantoormedewerkers aan: groepen die behoefte hebben aan snelle, toegankelijke en voorspelbare oplossingen. De hoge dichtheid aan fastfoodzaken is in die zin een functioneel antwoord op het gebruik van de openbare ruimte.
Op nationaal niveau moet het beeld van verzadiging echter worden gerelativeerd. In België maken QSR-zaken zo’n 26% uit van het totale restaurantaanbod. Dat is beduidend minder dan in Nederland, waar dit model met bijna 40% marktaandeel structureel sterker verankerd is.
Toch is het segment in België goed voor een jaaromzet van circa 2,2 miljard euro. Tot 2023 groeide de sector met gemiddeld 20% per jaar, al is er de laatste jaren sprake van een stabilisatie.
Binnen het Brusselse horecalandschap – goed voor ruim een miljard euro omzet, verdeeld over 2.952 vennootschappen en een toegevoegde waarde van 48 miljoen euro – komt de werkelijke waardecreatie echter nog steeds grotendeels voor rekening van de grote brasseries met een rijk verleden.
In het centrum blijven iconische zaken als Au Vieux Saint Martin of Ommegang fungeren als economische trekkers. Hun succes stoelt op hun grote capaciteit, hoge rotatiesnelheid en sterke historische verankering.
De cijfers spreken boekdelen: de McDonald’s aan de Beurs, die nochtans geldt als de best presterende QSR-vestiging van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, haalt nog niet de helft van de omzet van Au Vieux Saint Martin. Ook qua toegevoegde waarde ligt de fastfoodgigant zo’n 40% lager.
Toch roept de concentratie van fastfood in het hart van de stad fundamentele vragen op in een land waar bijna de helft van de volwassenen met overgewicht kampt. Het kernprobleem is niet zozeer het format of de snelheid van de bediening, maar de inhoud van het aanbod in deze drukbezochte zones, waar een aanzienlijk deel van de bevolking regelmatig even snel iets eet.
Precies op dat vlak is er een kentering zichtbaar. De heropleving van Le Pain Quotidien onder leiding van Annick Van Overstraeten, de strategische herpositionering van EXKi en de intrede van Pret A Manger in Antwerpen bewijzen dat er ruimte is voor concepten die snelheid en duidelijkheid combineren met een evenwichtiger aanbod, zonder de operationele beperkingen van een dichtbevolkt stadscentrum uit het oog te verliezen.
De uitdaging voor de politiek is helder: hoe ondersteun je een mix van horecamodellen die zowel de volksgezondheid ten goede komt als een economisch toekomstbestendig aanbod garandeert voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en zijn ondernemers?




