Noë Bruno: “770.000 pizza’s bereide in tankstations, een mooi cijfer, maar nog niet genoeg”
INTERVIEW - Bruno Foodcorner ontstond binnen een Esso-tankstationnetwerk in Limburg en is uitgegroeid tot een volwaardige activiteit met een uitgesproken Italiaanse identiteit. De ambitie: uitbreiden doorheen België. Gondola Foodservice sprak met Noë Bruno, die eind dit jaar zal worden.

Group Bruno stelt meer dan 800 mensen tewerk en boekte in 2025 een geconsolideerde omzet van 300 miljoen euro. De groep telt 37 Esso-tankstations en 24 Bruno Foodcorners, die merendeels in de stations zijn ondergebracht. Twee Bruno Foodcorners liggen buiten de tankstations, in de treinstations van Genk en Diepenbeek. Verdere openingen zijn gepland, met als doel van Bruno Foodcorner een zelfstandige keten en een sterk merk te maken. Gondola Foodservice sprak met Noë Bruno, die eind dit jaar zijn vader Angelo opvolgt als CEO.
GONDOLA FOODSERVICE: Was er bij de eerste tankstations meteen een Bruno Foodcorner in Italiaanse stijl?
Noë Bruno: We gingen vaak op vakantie in Apulië. Daar kon je in elk tankstation een goede koffie drinken en een broodje eten. Mijn vader en oom vonden een oude bakkerijtoog, hebben hem herschilderd en plaatsten er een koffiemachine op. Zo begon het. Dat bestond toen nog niet in België: tankstations verkochten uitsluitend autoproducten. 95% van het aanbod was gericht op de wagen, 5% op de bestuurder. Die verhouding hebben we volledig omgedraaid.
Sindsdien heeft Bruno Foodcorner een eigen, uitgesproken en zelfs licht premium identiteit opgebouwd...
We willen een authentieke Italiaanse identiteit neerzetten door producten rechtstreeks van daar te importeren. De koffie komt uit Bari, de pizzaovens en andere sleutelapparatuur zijn Italiaans. Sinds enkele maanden bieden we ook cornetti aan, Italiaanse croissants gevuld met pistache of chocolade. Zelf geef ik de voorkeur aan die met banketbakkersroom. De strategie blijft dezelfde : de weggebruiker centraal stellen. Vanuit die logica zijn de pizza’s aan het aanbod toegevoegd.
Hoe vindt u die producten?
We hebben een team van drie aankopers. Voor het voedingsluik gebeurt dat via vakbeurzen, voornamelijk in Italië zoals Sigep, Anuga in Duitsland en beurzen in Parijs, en uiteraard via leveranciers. Daarbij komen de ideeën die we meebrengen van onze reizen naar Italië.
In 2025 verkocht u 770.000 ter plaatse bereide pizza’s. Uitzonderlijk voor tankstations ...
Een mooi cijfer, maar naar mijn gevoel nog niet genoeg. Verse pizza’s bakken in een tankstation is inderdaad zeldzaam. Elders op de weg worden ze bijna altijd gewoon opgewarmd. In Italië zie je soms een pizzeria naast een tankstation. Maar de manier waarop wij ze bereiden, in de winkel van het tankstation zelf met onze eigen pizzaoven, heb ik nog nergens anders gezien.
🟠 Dit interview met Noë Bruno is een fragment uit het gesprek dat hij heeft gegeven voor onze speciale uitgave FOODSERVICE nr. 2:
Waarom is dit concept zo moeilijk te kopiëren?
Het is vooral een kwestie van ruimte. Een pizzaoven en een werkvlak nemen veel oppervlakte in. Van bij het begin kozen we bewust voor grote ontvangstruimtes met veel zitplaatsen. Met onze uitrusting kan een goede pizzabakker tot 200 pizza’s per uur bakken. De meeste tankstations zetten in op burgers, vaak in samenwerking met grote ketens.
Waarom deed u het anders?
We hebben burgers getest, maar ze waren minder populair en logistiek veel complexer. Burgers betekenen vaak ook frietjes, en dat vraagt een specifieke uitrusting en extra opleiding voor het personeel. We kozen liever voor onze sterktes: pizza’s, focaccia’s, Italiaanse broodjes en specifieke producten zoals glutenvrij brood, ontwik keld in samenwerking met bakkerij Traindevie. We verkopen bijna 1,7 miljoen broodjes per jaar.
Uw klanten komen dus lang niet allemaal tanken?
Absoluut niet. Veel mensen komen uitsluitend om iets te eten of te drinken. Daarnaast installeren we op achttien sites snellaadpalen voor elektrische voertuigen, zodat bestuurders tijdens het laden kunnen eten. We bouwen ook ons eigen laadnetwerk uit. In Tessenderlo openden we ons eerste laadpunt voor elektrische vrachtwagens.
Heeft het merk Bruno Foodcorner ambities buiten de tankstations?
Dat is al het geval, in de treinstations van Genk en Diepenbeek. We bekijken ook
vestigingen in winkelcentra en drukke winkelstraten. Ons doel: minstens 50 locaties tegen 2030. Omdat we niet onbeperkt tankstations kunnen blijven overnemen, zal de groei hoofdzakelijk komen van zelfstandige Bruno Foodcorners.
Toch sloot u enkele vestigingen in Vlaamse treinstations, in Gent, Brugge en Roeselare. Wat hebt u daaruit geleerd?
We zaten te ver van onze operationele basis en onderschatten de logistieke complexiteit. We hadden ook te weinig naamsbekendheid. Bruno Foodcorner is erg bekend in Limburg, maar nauwelijks daarbuiten, tegenover alomtegenwoordige spelers als Panos in treinstations. Om ons onderscheidend concept en de kwaliteit van ons aanbod te verdedigen, hadden we zwaar in marketing moeten investeren. Het aantal verkooppunten in Oost- en West-Vlaanderen was onvoldoende om die kost te rechtvaardigen. Nu groeien we in concentrische cirkels: eerst Vlaams-Brabant, de Kempen en Antwerpen, zodat we efficiënte logistiek en coherente merkbekendheid kunnen garanderen.




