Een menu te duur voor de Belg, maar niet genoeg voor de restauranthouder
- Amaury Marescaux

- 1 dag geleden
- 3 minuten om te lezen
INSIGHT - De prijs van een driegangenmenu voor twee personen is in een nieuwe dimensie beland. In zeven jaar tijd steeg de prijs van 61 naar 80 euro (+30%), volgens ons datamodel. Maar hoewel klanten tandenknarsen bij het zien van de rekening, trekken ook de restauranthouders een scheef gezicht bij het bekijken van hun boekhouding.

Een prijs staat nooit op zichzelf. Een snelle ronde door Europa plaatst de zaken in perspectief. België en Nederland zitten vandaag rond de 80 euro voor een vergelijkbaar menu, exclusief dranken. Volgens het datamodel van Gondola Foodservice, gekruist met de statistieken van Numbeo*, is de gemiddelde prijs voor een driegangenmenu voor twee personen in een "standaard" restaurant sinds 2019 gestegen van 61 naar 80 euro. Dat is een stijging van bijna 30%.
Frankrijk ligt daarentegen ver onder zijn noorderburen met een gemiddelde prijs van bijna 60 euro, oftewel 25% minder. Aan de uitersten zien we Zwitserland, waar de teller oploopt tot 107 euro, terwijl eenzelfde menu in Kosovo slechts 20 euro kost. Deze verschillen weerspiegelen vooral de loonverschillen, de kosten van levensonderhoud en de algemene welvaartskloof in Europa. Want vanuit het oogpunt van de restauranthouder heeft de prijsstijging de werkelijke kostenstijging van de grondstoffen niet gecompenseerd.
De rekening had nog veel gepeperder kunnen en moeten zijn
Op het eerste gezicht lijkt een stijging van 30% in zeven jaar spectaculair. Toch verbleekt dit cijfer wanneer we het vergelijken met de werkelijke inflatie die de sector te verduren kreeg. Geïnspireerd door de analyse van Horeca Forma Be Pro, hebben we deze evolutie afgezet tegen de consumptieprijsindex.
In België bedraagt de gecumuleerde inflatie op voedingsmiddelen tussen 2019 en 2025 meer dan 40%. Deze explosie werd eerst gevoed door de coronacrisis en de ontregelde logistieke ketens, en vervolgens door de invasie van Oekraïne. Dat laatste veroorzaakte een enorme energiecrisis, volgens de OESO de ernstigste sinds de jaren 70. De voedselprijzen zijn hierdoor sneller gestegen dan de menuprijzen, vooral sinds medio 2022.
Met andere woorden: de restauranthouders hebben een aanzienlijk deel van de inflatieschok geabsorbeerd. En dat in een sector met historisch lage marges: de operationele marge bedroeg in 2024 nauwelijks 5,7%.
Restauranthouders als onvrijwillige schokdempers van de crisis
Deze absorptie is geen strategische keuze, maar een bittere noodzaak. Ze wordt gedreven door de angst om de vraag te kelderen en klanten weg te jagen die (al dan niet terecht) een druk op hun koopkracht ervaren.
Natuurlijk gaat deze analyse ervan uit dat het consumentengedrag ongewijzigd blijft. Maar dat gedrag is juist grondig geëvolueerd. In de supermarkt kiezen consumenten vaker voor huismerken, letten ze meer op promoties en maken ze scherpere keuzes in hun uitgaven.
In restaurants zien we een vergelijkbare dynamiek: minder bezoeken, meer aandacht voor de gemiddelde besteding en een verschuiving naar laagdrempeligere concepten of zaken.
Deze keuzes worden ook aan de aanbodzijde gemaakt. De mediane operationele marge van restaurants steeg van 4% in 2019 naar 5,7% in 2024. Het jaar 2020 was een uitzondering door de pandemie, met een marge die kelderde naar –1,4%, gevolgd door een herstel in 2021 (6,3%) dankzij uitzonderlijke overheidssteun.
Deze schijnbare verbetering maskeert echter een hardere realiteit: de sluiting van de zwakste zaken, personeelsinkrimpingen, beperktere openingsuren en kortere menukaarten. Het zijn stuk voor stuk pijnlijke maar noodzakelijke aanpassingen om een deel van de sector boven water te houden.
*Numbeo is a crowdsourced cost of living database with 9.709.315 prices in 12.628 cities
entered by 872.928 contributors. (via Jan Willem van Tilburg)




